Stationsomgeving

ontwerp stationsomgeving

Heropwaardering stationsomgeving

De stad wil de stationsomgeving grondig vernieuwen en omvormen tot een aantrekkelijke en levendige buurt. Zo’n heropleving van de stationsomgeving kan een hefboom betekenen om de stadskern van Ronse verder te versterken en op te waarderen. 

Bovendien kan het station ook een attractieve rol spelen in de wijde regio. 

De Passerelle

Sinds 1861 beschikt Ronse over een spoorverbinding. Het eerste station bevond zich ongeveer op de plek waar nu de Passerelle staat. In 1881 werd meer westwaarts een nieuw station opgetrokken. Het betrof het oude station van Brugge dat steen voor steen overgebracht werd en opnieuw opgebouwd. De legende wil dat daarbij voor- en achterkant gewisseld werd en de voorkant richting de sporen staat.

Overspanning van 49 meter

Vanaf dan was de uitvalsweg van Ronse richting Aat onderbroken door de sporen. Na politiek lobbywerk verkreeg Ronse in 1888 een smeedijzeren brug over de spoorweg: een passerelle. Toenmalig burgemeester Ephrem De Malander had het in zijn openingsspeech over de realisatie van de bekroning van het toenmalige masterplan voor de stationsomgeving. De passerelle overspant 49 meter en wordt gekenmerkt door haar opengewerkte structuur. De brug is een geklonken gebinte met vakwerkliggers.

Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog werd de brug vernield, maar ze werd hergebouwd in 1920. De brughoofden met trap en gekasseide helling hebben hun vormgeving uit 1888 behouden. Er zijn nog de relicten van gaslantaarns die het bouwwerk verlichtten. 

De brug is vandaag één van de allerlaatste ijzeren spoorwegpasserellen in Vlaanderen en sinds 1999 beschermd als monument.