Archeologisch onderzoek in De Vrijheid

Opgravingen De Vrijheid

Voorlopige resultaten

De opgravingen in de Vrijheid zijn volop aan de gang. Nieuwe sleuven worden opengelegd, andere worden afgewerkt. Hieronder stellen de archeologen telkens de voorlopige resultaten per afgewerkte zone kort voor.

Schipstraat en Begijnhofstraat

Smalle straatjes…

De opgravingen in de Schipstraat en de Begijnhofstraat zijn afgerond. Ondanks de smalle straatjes, boden ze toch heel wat potentieel. Beide straten zijn van oudsher gekend van de historische kaarten. De Schipstraat is vernoemd naar de herberg Het Schip ter hoogte van Café Centrum, de Begijnhofstraat (vroeger Bagijne- of Begijnestraatje) verwijst naar het vroegere begijnhof in de omgeving. Beiden verbinden de Kleine Markt met de Wijnstraat die de westelijke grens van de Vrijheid vormde. Op een kaart uit 1623 wordt de Wijnstraat als ‘Langhe greppe’ benoemd. Dit doet ter hoogte van de huidige Wijnstraat de aanwezigheid van een gracht vermoeden die de Vrijheid op deze locatie afbakende. De begrenzing van de Vrijheid wordt in 1315 immers omschreven als bestaande uit ‘des hayes et de fosses’ (hagen en grachten). Voorts zijn beide straatjes interessant voor de interpretatie en datering van de archeologische sporen die reeds op de Kleine Markt aanwezig waren, met name de straat- en pleinniveaus en de muren in ijzerzandsteen die mogelijk tot het begijnhof behoren.

Langhe greppe

In de Begijnhofstraat werd parallel met de Wijnstraat een omvangrijke gracht gevonden van minstens zes meter breed, de bodem van deze uitgraving lag op ongeveer 2,5 meter onder het huidige loopniveau. De opgevulde gracht loopt verder onder de oostelijke huizenrij langs de Wijnstraat. Wanneer de gracht exact gegraven werd, is voorlopig onduidelijk. Door het aangetroffen aardewerk weten de archeologen dat de gracht zeker in de 15de-16de eeuw – en mogelijk zelfs vroeger – reeds opgevuld was en uit het stadsbeeld verdween. Vermoedelijk gaat het hier om de ‘Langhe greppe’, de westelijke grens van de Vrijheid. In de Schipstraat, daarentegen, was deze gracht niet aanwezig. Mogelijk was er op deze plaats een onderbreking, misschien omdat de Schipstraat van bij de oprichting van de Vrijheid reeds als toegangsweg in gebruik was.

Straatniveaus en begijnhof

In de Schipstraat zijn dezelfde straatniveaus terug te vinden die ook op de Kleine Markt te zien waren. Opvallend zijn de weinige archeologische vondsten in deze lagen, hierdoor is het voorlopig niet mogelijk om de straatniveaus nauwkeurig te dateren. Naar analogie met de Kleine Markt zijn de oudste waarschijnlijk ook in de 15de-16de eeuw te plaatsen. Oudere sporen onder de straatniveaus zijn niet aanwezig. In de Begijnhofstraat wijken de straatniveaus enigszins af van de Kleine Markt en Schipstraat, ze zijn vermoedelijk deels recenter. Een mogelijke reden hiervoor is de aanwezigheid van het begijnhof in de late middeleeuwen (einde 14de tot einde 15de eeuw). Op de Kleine Markt zijn bij de opgraving immers enkele ijzerzandstenen muren aangetroffen die waarschijnlijk in verband te brengen zijn met het begijnhof. Onder de straatniveaus in de Begijnhofstraat zijn verschillende afvalkuilen aangetroffen die talrijke archeologische vondsten opleverden. Het materiaal lijkt eerder uit de 15de-16de eeuw afkomstig te zijn. Naast de grote hoeveelheden aardewerk en botmateriaal werd er eveneens veel leder aangetroffen, voornamelijk van schoeisel, en zelfs een fraaie metalen medaillonsluiting gevonden. Dit voorwerp bevestigde men aan het uiteinde van een lederen heupriem. Het voorkwam dat het leder uitrafelde en het hield de riem op zijn plaats. Vaak droeg het ook een versiering. Op het exemplaar van Ronse zijn vermoedelijk de letters S en M te herkennen, mogelijk de afkorting van Sancta Maria. Het is niet uit te sluiten dat deze kuilen te linken zijn aan het begijnhof en dat dit gebied deel uitmaakte van het areaal van het voormalige begijnhof. Dit zou kunnen betekenen dat de Begijnhofstraat pas aangelegd werd na het dempen van de gracht en na het verdwijnen van het begijnhof uit het stadsbeeld.

Kaatsspelplein, Kleine Markt en Sint-Martensstraat

Binnen en buiten het kerkhof

Het onderzochte gebied is op te delen in twee zones, van elkaar gescheiden door de kerkhofmuur. Deze loopt van de noordwestelijke hoek van de Sint-Hermeskerk tot aan café Sint-Hermes. De muur dateert vermoedelijk uit de 15de-16de eeuw en is opgebouwd uit ijzerzandsteen en baksteen. Ter hoogte van café Sint-Hermes bevindt zich waarschijnlijk een van de toegangen tot het kerkhof. Onder deze muur kwamen verschillende grachten (14de-15de eeuw) aan het licht, vermoedelijk de voorlopers van de kerkhofmuur die het domein rond de Sint-Hermeskerk afbakenden. Het gebied ten zuidoosten van de kerkhofmuur, voor de ingang van de kerk, heeft dienst gedaan als begraafplaats. Er zijn een viertal begravingen aangetroffen. De skeletten tonen aan dat het om kindergraven gaat. Ter hoogte van de toegangstrap tot de Sint-Hermeskerk ontdekten de archeologen een aantal klokkenovens. De klokken werden ter plaatse gegoten en nadien in de toren van de Sint-Hermeskerk gehesen. Het maken van dergelijke bronzen klokken gebeurde doorgaans vlakbij of soms zelfs in het gebouw waarvoor ze bestemd waren. Het onvermijdelijke brandgevaar dat het smelten van het brons en het verhitten van de oven met zich meebracht, woog niet op tegen de logistieke problemen van het transport van de meestal loodzware klokken. Een veel gebruikte productietechniek is die van de cire perdue, ofwel verloren was. Er is verder onderzoek nodig om tot een precieze datering van de ovens van Ronse te komen.

Kapittelhuis

Op het Kaatsspelplein werden de funderingen van het kapittelhuis blootgelegd, de plaats waar het kapittel, dat de Vrijheid bestuurde, resideerde. Het gebouw maakte deel uit van het kloosterpand ten noorden van de Sint-Hermeskerk. Het kapittelhuis dateert van oorsprong uit de 12de eeuw maar de aangetroffen muren behoren tot de 17de-eeuwse fase van het gebouw. De voormalige buitengevel van het kapittelhuis wordt verwerkt in het vernieuwde uitzicht van het Kaatsspelplein.

Middeleeuwse straten

Op het resterende deel van het Kaatsspelplein, de Kleine Markt en de Sint-Martensstraat is een hele opeenstapeling van straatniveaus, ophogingslagen en brandlagen uit de periode van de 15de tot de 18de eeuw aanwezig. Vanaf de 15de eeuw legde men er straten en pleinen aan en kreeg het gebied vermoedelijk min of meer de indeling en het uitzicht zoals we ze kennen van de historische kaarten. Telkens een bepaald straatniveau in onbruik geraakte, hoogde men het niveau op en voorzag men een nieuwe straatverharding die telkens voornamelijk uit ijzerzandstenen bestond. Tussen deze stenen vinden de archeologen tal van ‘verloren voorwerpen’ uit metaal terug: munten, rekenpenningen, pelgrimsinsignes, allerhande kleine gebruiksvoorwerpen… Ook heel veel huishoudelijk afval kwam op de straten terecht, zoals potscherven, glasscherven, etensresten enz. De brandlagen bevatten enorme hoeveelheden verbrand bouwmateriaal. Ze zijn in relatie te brengen met de verschillende stadsbranden die Ronse teisterden van de 15de tot de 18de eeuw. Waarschijnlijk nivelleerde men de verwoeste gebouwen en spreidde men deze verbrande resten uit over een grotere oppervlakte.

Vlakbij de kerkhofmuur zijn op de Kleine Markt drie dierenbegravingen aangetroffen, vermoedelijk te dateren in de 15de-16de eeuw. Het gaat om twee honden en een varken. De dieren werden duidelijk met zorg aan de grond toevertrouwd. Opvallend is dat deze begravingen zich vlakbij maar wel net buiten het kerkhof situeren. Hoewel een symbolische betekenis dus niet uit te sluiten is, kan de locatie van de grafkuilen ook puur praktisch zijn omdat er bijvoorbeeld langs de kerkhofmuur ruimte was om het dier te begraven.

Begijnhof

Onder de straatniveaus in het noordwestelijk gedeelte van de Kleine Markt kwamen meerdere muren in ijzerzandsteen tevoorschijn. Een van de muren was aan de binnenzijde voorzien van een tegelhaard. Deze muren zijn waarschijnlijk in verband te brengen met het begijnhof, een verwijzing hiernaar vinden we ook terug in de zogenaamde Begijnhofstraat, vlakbij de Kleine Markt. Volgens de historische bronnen bestond het begijnhof vanaf het einde van de 14de tot het einde van de 15de eeuw.

Oudere sporen

De oudste archeologische sporen in deze zone zijn verscheidene grachten en (afval?)kuilen. Deze gaan terug tot de 13de-14de eeuw. Ze dateren voor de aanleg van de straatniveaus en getuigen van een andere indeling en functie van dit deel van de Vrijheid. Verder onderzoek is nodig om hier een beter zicht op te krijgen.

De archeologen zijn momenteel aan het werk in de Schipstraat en de Begijnhofstraat waar mogelijk onder meer  de begrenzing van de Vrijheid ter hoogte van de Wijnstraat zal aangesneden worden.  

Graven naar de oudste geschiedenis

In het centrum van Ronse start binnenkort de heraanleg van het gebied rond de Kleine Markt. Dit stadsdeel is het hart van De Vrijheid, een historisch kwartier dat teruggaat op een middeleeuwse heerlijkheid. Volgens de traditionele overlevering is deze terug te voeren tot de stichting van een religieuze nederzetting in de 7de eeuw n. Chr. door Amandus. De komst van de relieken van Sint-Hermes, patroonheilige van de geesteszieken, naar Ronse zorgde ervoor dat de Vrijheid vanaf de 10de eeuw tot een bedevaartsoord uitgroeide met een stedelijke kern rond de Kleine Markt.

Heraanleg De Vrijheid met respect voor het verleden

De plannen bestaan erin de Vrijheid te herwaarderen en opnieuw zichtbaar te maken in de stad. De heraanleg van het projectgebied en de rioleringswerken gebeuren in verschillende fases en hebben een aanzienlijke impact op het archeologisch erfgoed in De Vrijheid. In overleg met het stadsbestuur is gekozen om vóór de eigenlijke werken een onderzoek op te starten en de aanwezige archeologische waarden in kaart te brengen. Naar aanleiding van de resultaten van het vooronderzoek zijn een aantal maatregelen genomen om de weerslag van de werken op het bodemarchief te beperken en dit zoveel mogelijk in situ te bewaren. Voor een deel van de archeologische sporen binnen het projectgebied kan dit echter niet. Deze zullen worden opgegraven. Op 8 februari startten de opgravingen in de zone rondom de Kleine Markt. De opgravingswerken beginnen met een sleuf op het Kaatsspelplein, net ten westen van de Sint-Hermeskerk.

Meer weten of meehelpen?

Wil je op de hoogte blijven? Schrijf je dan in op de nieuwsbrief van SOLVA : http://goo.gl/forms/3nkrKgZthw

Jouw archeologisch steentje bijdragen aan deze opgravingen? Dat kan! Schrijf je in als vrijwilliger : https://goo.gl/forms/t9eij7Nqy7tLjbiJ2

Sporen uit de Middeleeuwen en vroeger?

De historische en archeologische bronnen tonen het grote kennispotentieel aan van dit deel van Ronse, niet alleen voor de middeleeuwse periode maar ook voorgaande tijdvakken. De opgraving zal nieuwe inzichten bieden op de algemene ontwikkeling van De Vrijheid sinds de late middeleeuwen. Gezien de ligging van het projectgebied in de kern van De Vrijheid (Kleine Markt / Sint-Hermeskerk / Sint-Martinuskerk) is het daarenboven de verwachting dat ook sporen uit de vroege en volle middeleeuwen aangesneden worden. Dit opent uiteraard perspectieven voor het ontstaan, de genese en de evolutie van De Vrijheid en de voorgaande occupatie (religieuze nederzetting?). De opmerkelijke Romeinse vondsten bij eerder onderzoek ter hoogte van de Sint-Hermeskerk doen vermoeden dat ook op dit vlak nieuwe vraagstellingen te formuleren zijn. Binnen het projectgebied liggen bovendien mogelijkheden omtrent het aftoetsen en synthetiseren van het (soms fragmentarisch) eerdere archeologisch onderzoek en de historische bronnen.

SOLVA

De opgravingen in Ronse en het bijhorende onderzoek, gebeuren door SOLVA. SOLVA is het intergemeentelijk samenwerkingsverband voor streekontwikkeling. Sinds 2008 doet SOLVA ook het archeologisch onderzoek in kader van bouw- en ontwikkelingsprojecten voor 22 steden en gemeenten in het zuiden van Oost-Vlaanderen. SOLVA brengt zo het rijke verleden van de regio in kaart en vertaalt het naar vandaag.

FAQ – Veelgestelde vragen

Wisten jullie dat hier archeologische sporen in de grond zitten?

Vooraleer van start te gaan met een opgraving bekijken de archeologen cartografische en historische bronnen. Deze informatie combineren ze dan met resultaten van nabijgelegen opgravingen. Voor een aantal sites is ook een beroep te doen op specifieke onderzoeken zoals grondboringen en geofysische metingen. Bij dit laatste speurt men de ondergrond af naar oude funderingen en andere sporen aan de hand van specifieke meettoestellen (bv. grondradar). Soms worden ook proefputten of proefsleuven aangelegd om te zien of archeologische sporen aanwezig zijn en goed bewaard zijn. Al deze gegevens verschaffen inzicht in wat zich vroeger op de locatie bevond en of het de moeite loont om een opgraving te starten. In het geval van de Vrijheid toonden vroegere opgravingen aan dat er heel wat archeologische sporen in de ondergrond bewaard zijn, voornamelijk uit de middeleeuwen.

Waarom graven jullie specifiek op deze plaats op?

Archeologisch onderzoek is onderhevig aan decretaal vastgelegde wetgeving, dus mogen archeologen niet om het even waar hun schop in de grond steken. Enkel waar de bodem verstoord wordt door werkzaamheden, kan onder bepaalde voorwaarden archeologisch onderzoek plaatsvinden. In het geval van De Vrijheid wil het stadsbestuur dit stuk van de stad herwaarderen. Hierbij hoort de heraanleg van een deel van het openbaar domein en de vernieuwing van de nutsleidingen. Dit heeft uiteraard een impact op de ondergrond. Het archeologisch onderzoek vindt derhalve enkel plaats binnen het tracé van de werken, m.a.w. de zones die sowieso zullen vergraven worden.

Hoe weten jullie hoe oud iets is?

Voor de opgravingen in De Vrijheid van Ronse zijn in het stadsarchief middeleeuwse en recentere kaarten voorhanden. Wanneer muurrestanten opduiken in het opgravingsput, zijn die soms aan deze historische kaarten te linken. Ook de opgegraven vondsten leveren een goede indicatie voor een datering. Zo zijn bijvoorbeeld bepaalde types aardewerk specifiek middeleeuws en andere dan weer Romeins. Definitieve dateringen worden voornamelijk na het terreinwerk bekomen, na het reinigen en bestuderen van het aardewerk, de munten… maar ook door het uitvoeren van onderzoek op de jaarringen van houten palen en radiokoolstofdateringen van organische vondsten. Al deze vondsten geven een datering van de archeologische sporen waarin ze gevonden werden.

Wat gebeurt er met deze vondsten?

Alle vondsten worden verder behandeld in het erkend depot van SOLVA in Erembodegem (Aalst) en blijven daar in de juiste klimatologische omstandigheden bewaard. Zo worden bijvoorbeeld de scherven er gewassen, geregistreerd in een databank, en indien mogelijk gepuzzeld tot volledige potten. De vondsten zijn op aanvraag raadpleegbaar en staan ter beschikking voor tentoonstellingen en verder wetenschappelijk onderzoek.

Wie is de eigenaar van deze vondsten?

De archeologische opgravingen gebeuren in opdracht en op het grondgebied van Stad Ronse. Alle vondsten zijn eigendom van de stad.

Hoe lang duren de archeologische werken?

Voor de precieze planning raadpleeg je best de fasering van de werken.

Lopen de werken vertraging op door de archeologische opgravingen?

Neen, alle betrokken partners hebben in overleg geijverd voor een vlotte regeling met zo weinig mogelijk hinder voor verkeer, omwonenden en handelaars. Daarom voert het archeologisch team haar onderzoek uit voorafgaand aan en gelijktijdig met de werken. Beide werken sluiten nauw op elkaar aan teneinde overlast te beperken. De werken ondervinden dus geen vertraging door het archeologisch onderzoek.